Maak kennis met Arthur

Arthur van Wijk trad 7,5 jaar geleden in dienst bij Hoffelijk en vervult vandaag de dag de rol van General Counsel. Een brede functie, die hem verantwoordelijk maakt voor onder andere de teams finance, juridische en personeelszaken. Hij heeft de groei van Hoffelijk bijna vanaf het begin meegemaakt. We vroegen hem daarom naar zijn ervaringen tot nu toe.

Kun je jezelf in het kort voorstellen?
“Mijn naam is Arthur van Wijk. Ik woon samen in hartje centrum van Amsterdam en ben vader van twee jonge dochters. In mijn vrije tijd ben ik druk met mijn gezin, ontspan ik op of aan de Amsterdamse grachten, bezoek ik theater en musea of vermaak ik me met een goed boek of een serie.

In 2012 ben ik als broekie van 23, na een studie fiscaal- en strafrecht, bij Hoffelijk gestart. Inmiddels maak ik alweer 7,5 jaar deel uit van de groeiende Hoffelijkfamilie. Momenteel in de rol van General Counsel.”

Hoe ziet een dag bij Hoffelijk er voor jou en je team uit?
“Ondanks dat ik echt géén ochtendmens ben begin ik mijn kantoordagen vroeg, zodat ik voor de files uit in Rotterdam kan zijn. Dit geeft mij ook de tijd om rustig op te starten en, voordat het echt druk wordt op kantoor, al veel werk te kunnen verzetten.

Mijn dagelijkse werkzaamheden wisselen nogal. Naast mijn brede functie als General Counsel ben ik tevens verantwoordelijk voor onder andere de teams juridische en personeelszaken, finance en (deels) het office management. Het aansturen van deze teams zorgt ervoor dat ik, in combinatie met mijn rol binnen het managementteam, een goed overzicht heb van wat er binnen de Hoffelijk Groep gebeurt, waardoor het aansturen van de teams redelijk vanzelf gaat.”

Wat vind je het leukste aan jouw functie?
“De veelzijdigheid: vanuit mijn rol word ik bij de meest uiteenlopende werkzaamheden en projecten betrokken. Aan de ene kant ben ik samen met mijn teams bezig met het opstellen van financiële prognoses, en het uitonderhandelen van samenwerkingen en contracten. Anderzijds denk ik mee over het aannemen en opleiden van personeel of het doorvoeren van nieuwe wetgeving. Bijvoorbeeld op het gebied van arbeidsrecht en de invloed daarvan op het personeel en hr. Door de afwisseling is geen week of dag hetzelfde. Dat houdt me scherp en geeft me onwijs veel energie.”

Wat is het project waar je het meest trots op bent?
“Het is niet zozeer één project, maar meer wat ik in de afgelopen 7,5 jaar heb kunnen en mogen doen binnen Hoffelijk. Vooral op juridisch, hr en financieel vlak en de bijbehorende afdelingen die ik daarvoor heb opgezet. Hoffelijk heeft in de bijna tien jaar tijd van haar bestaan een onwijs sterke groei doorgemaakt. Er waren ongeveer vijf medewerkers toen ik bij Hoffelijk in dienst trad. Op verschillende posities in het bedrijf zitten nu collega’s die ik ooit als starter of werkstudent heb aangenomen en die Hoffelijk allemaal vanuit hun eigen expertise mee hebben doen groeien naar het Hoffelijk van vandaag de dag. Als je je dat bedenkt, heb ik op deze manier een unieke start van mijn carrière gehad en daar ben ik achteraf gezien, nu ik er eens goed over nadenk, best een beetje trots op.”

Waar gaan jullie de komende periode mee aan de slag?
“Oef, heb je even? Door onder meer de aanschaf van een nieuw CRM-systeem zal er binnen ‘mijn’ afdelingen veel veranderen waardoor veel onnodige, administratieve handelingen verdwijnen en/of geautomatiseerd kunnen worden. Dit heeft best wat voeten in aarde en vergt een goede voorbereiding.

Daarnaast blijft ook wetgeving continu veranderen en is er op juridisch vlak altijd genoeg te doen. Vooral de Wet Arbeidsmarkt in Balans die zorgt voor een grote verandering binnen hr heeft momenteel onze aandacht.”

Je bent inmiddels al aardig wat jaar werkzaam bij Hoffelijk. In hoeverre is Hoffelijk door de jaren heen veranderd?
“Ik zal niet ontkennen dat Hoffelijk veranderd is in de afgelopen jaren dat ik er rondloop. Hoffelijk is gegroeid, zowel op het gebied van opdrachtgevers, diensten en producten als werknemers en daarmee samenhangend de teams. Ondanks deze groei heeft Hoffelijk de energie die er toen ook al was weten te behouden en is het daarnaast een platte organisatie gebleven. Daarbij is er ondanks de Rotterdamse mentaliteit ‘niet lullen maar poetsen’ voldoende tijd voor het vasthouden van een goede teamspirit en het behouden van een goede balans tussen werk en privé.”