Ondernemers

De zelfstandigenaftrek zal met ingang van 2020 dalen. Andere wijzigingen die we in dit thema behandelen zijn de verlaging van de vennootschapsbelasting, de verhoging van de effectieve innovatiebox, het liquidatie- en stakingsverlies dat minder vaak aftrekbaar is, de afschaffing van de betalingskorting van de vennootschapsbelasting en meer.

Verlaging zelfstandigenaftrek

Met ingang van 2020 daalt de zelfstandigenaftrek met € 250,- naar € 7.030,-. Vervolgens daalt deze nog in zeven stappen van € 250,- en één stap van € 280,-, tot € 5.000,- in het jaar 2028.

Het kabinet wil met deze maatregel de verschillen tussen werknemers en zelfstandigen verkleinen. Ondanks deze beperking in de zelfstandigenaftrek gaan de meeste zelfstandigen er nog steeds financieel op vooruit, en wel als gevolg van de eerder behandelde fiscale wijzigingen.

Verlaging vennootschapsbelasting

De voorgenomen verlaging van de vennootschapsbelasting voor winsten vanaf € 200.000,- in 2020 wordt niet doorgevoerd. Daarbij daalt het tarief voor winsten vanaf € 200.000,- in 2021 minder hard dan gepland. Deze daalt namelijk naar 21,7% in plaats van 20,7%. De tarieven komen er als volgt uit te zien:

Praktische tip

Met deze verlaging in het vooruitzicht kan het gunstig zijn om het komende jaar – indien mogelijk – de fiscale winst laag te houden door investeringen en aftrekposten naar voren te halen en (eenmalige) winsten uit te stellen.

Verhoging effectieve tarief innovatiebox

De innovatiebox is ingevoerd om innovatief onderzoek door ondernemers fiscaal aantrekkelijk te maken. Alle winsten die behaald worden met innovatieve activiteiten vallen in deze box. Vanaf 2021 worden deze winsten belast tegen een tarief van 9% in plaats van 7%.

Praktische tip

Elke belastingdienstregio heeft een vaste contactpersoon die vragen over het gebruik van de innovatiebox kan beantwoorden. Zo kan iemand vooraf zekerheid krijgen over de toepassing van de innovatiebox.

Praktische tip

Net als voorgaande jaren kan gekozen worden voor toepassing van de forfaitaire regeling voor maximaal 3 jaar. Hierbij wordt 25% van de winst aangemerkt als winsten uit immateriële activa met een maximum van € 25.000,-.

Liquidatie- en stakingsverlies minder vaak aftrekbaar

Bedrijven kunnen verliezen lijden als een bedrijfsactiviteit in het buitenland of een dochteronderneming stopt. Bedrijven mogen deze verliezen nu in veel gevallen in mindering brengen op de winst die zij in Nederland maken. Dit wordt de liquidatie- en stakingsverliesregeling genoemd.

Er zullen beperkingen gaan gelden voor de mogelijkheden voor bedrijven om deze verliezen af te trekken.

Voorbeeld

Net als voorgaande jaren kan gekozen worden voor toepassing van de forfaitaire regeling voor maximaal 3 jaar. Hierbij wordt 25% van de winst aangemerkt als winsten uit immateriële activa met een maximum van € 25.000,-.

Afschaffing betalingskorting vennootschapsbelasting

Een voorlopige aanslag vennootschapsbelasting kan in termijnen of in één keer vooruit worden betaald. Bij die tweede optie krijgt het bedrijf een betalingskorting. De hoogte van de korting die wordt gehanteerd is afhankelijk van de invorderingsrente, van de hoogte van de voorlopige aanslag en van de periode waarover het bedrag wordt betaald. Het bedrijf mag deze korting in mindering brengen op de aanslag.

Het kabinet is van plan om de betalingskorting voor de vennootschapsbelasting per 2021 af te schaffen.

Voorbeeld

Net als voorgaande jaren kan gekozen worden voor toepassing van de forfaitaire regeling voor maximaal 3 jaar. Hierbij wordt 25% van de winst aangemerkt als winsten uit immateriële activa met een maximum van € 25.000,-.

Werkkostenregeling licht aangepast

Via de werkkostenregeling (WKR) kan een werkgever onbelaste vergoedingen aan de werknemer geven. De werkgever mag ook zaken vergoeden waar een werknemer privé voordeel van kan hebben. Denk aan gereedschap, tablets, sportabonnementen of kerstpakketten.

Deze maximale onbelaste vergoeding van de werkgever wordt in 2020 verhoogd naar 1,7% van de loonsom, waarbij de loonsom is gemaximeerd op € 400.000,-. Over het meerdere blijft 1,2% van toepassing.

Onder voorwaarden gaan bepaalde vergoedingen niet ten koste van deze vrije ruimte. Dat zijn vergoedingen met een gerichte vrijstelling. Enkele voorbeelden van vergoedingen met een gerichte vrijstelling zijn:

  • Reiskostenvergoeding (€ 0,19 per kilometer)
  • Abonnementen openbaar vervoer
  • Verhuiskosten vanwege werk
  • Maaltijden vanwege overwerk

Met ingang van 2020 komt hier nog de ‘Aanvraag VOG (verklaring omtrent gedrag)’ bij.

Praktische tip

Stel, de loonsom van een werkgever is € 400.000,-. Dan mag de werkgever in de nieuwe situatie in totaal € 6.800,- onbelast beschikbaar stellen aan zijn werknemers.

Praktische tip

Net als voorgaande jaren kan gekozen worden voor toepassing van de forfaitaire regeling voor maximaal 3 jaar. Hierbij wordt 25% van de winst aangemerkt als winsten uit immateriële activa met een maximum van € 25.000,-.

Uitsluiting aftrek bestuursrechtelijke dwangsommen

Een bestuursrechtelijke dwangsom heeft volgens de wet een ander karakter dan een boete. Een boete is een straf. Een dwangsom is niet bedoeld als straf, maar meer als waarschuwing. Een dwangsom beoogt dat een begane overtreding ongedaan wordt gemaakt of dat een toekomstige overtreding wordt voorkomen.

Fiscaal gezien kan een bestuursrechtelijke dwangsom worden afgetrokken van de winst. Dat geldt niet voor een boete.

Doordat een dwangsom ook als boete kan worden uitgelegd, heeft het kabinet het voornemen om ook de dwangsom niet in aftrek te brengen van de winst.

Praktische tip

Het heeft wettelijk gezien nogal wat voeten in de aarde om een dwangsom anders te definiëren dan wel gelijk te stellen aan een boete. Daarom heeft het ministerie van Financiën aangegeven dat het voorstel beter moet worden geformuleerd. Er is nu al voorgesteld om de voorgestelde aanpassing te schrappen als die betere formulering niet mogelijk blijkt te zijn.

Praktische tip

Net als voorgaande jaren kan gekozen worden voor toepassing van de forfaitaire regeling voor maximaal 3 jaar. Hierbij wordt 25% van de winst aangemerkt als winsten uit immateriële activa met een maximum van € 25.000,-.